Wat verandert er begin 2014 op financieel gebied?

19/12/2013

Begin januari 2014 treden verschillende nieuwe regels in werking. Ook worden de resultaten zichtbaar van verscheidene projecten waaraan de financiële sector in de loop van 2013 gewerkt heeft in overleg met verschillende stakeholders.

Om consumenten en belanghebbenden zo goed mogelijk in te lichten, geeft Febelfin hierbij een overzicht van de belangrijkste wijzigingen die begin volgend jaar in werking zullen treden.  

Fiscale maatregelen

Automatische aanpassing van de belastingbedragen

Naar jaarlijkse gewoonte zullen verscheidene bedragen in het Wetboek op de inkomstenbelasting worden geïndexeerd op basis van de inflatie. Het gaat daarbij meer bepaald om de gereglementeerde spaardeposito’s, het pensioensparen en de belastingvoordelen bij het aangaan van een hypothecair krediet. De definitieve bedragen zullen pas begin 2014 gekend zijn en bekendgemaakt worden via publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Woonbonus

Het principe van de woonbonus wordt voor 2014 behouden, ook nadat dit in juli 2014 een gewestelijke materie zal zijn geworden. De Gewesten kunnen het principe ten vroegste vanaf 1 januari 2015 aanpassen. Voor 2014 worden de modaliteiten enigszins aangepast omwille van deze bevoegdheidsoverdracht, maar voor de consument blijft het voordeel ongewijzigd.

Uit een studie [1] van de Katholieke Universiteit Leuven bleek eerder dat dit voordeel voor een gezin kan oplopen tot een gemiddeld maandloon per jaar en dit gedurende de eerste tien jaar van het hypothecair krediet. Febelfin en de Beroepsvereniging van het Krediet (BVK), een deelvereniging van Febelfin, vinden het dan ook positief dat deze maatregel wordt behouden.

Sparen en beleggen

Spaardeposito’s

In juli 2012 werd een akkoord gesloten tussen de ministers van Economie en Financiën, de toezichthouder FSMA en de financiële sector aangaande de hervorming van verschillende aspecten van de spaardeposito’s. Sindsdien wordt gewerkt aan de implementatie van deze aspecten. Op 1 oktober 2013 trad de trimestriële bijschrijving van de getrouwheidspremie in werking, en ook januari 2014 brengt een aantal veranderingen.

1 januari 2014 is de startdatum van de ingebruikneming van de ‘intrestcalculator’. Deze tool is verbonden aan de spaarrekening en laat de spaarder toe om aan zijn bank de impact van een geldafhaling op de nog lopende getrouwheidspremies te berekenen.

Vanaf begin januari zal de spaarder eveneens gebruik kunnen maken van de zogenaamde ‘proportionele overdracht’. Dit betekent dat wanneer men binnen een zelfde bank(merk) twee verschillende spaarrekeningen heeft, men tot driemaal per jaar geld van de ene rekening naar de andere kan overschrijven met behoud van de reeds opgebouwde getrouwheidspremie.

Daarnaast zal de klant, als hij dat wenst, ook een gedetailleerde intrestafrekening kunnen vragen bij zijn bank. Concreet zal hierop vermeld staan uit welke verschillende bedragen de totale intrestvergoeding is opgebouwd.

Volkslening

Verschillende financiële instellingen zullen vanaf januari 2014 ook de zogenaamde ‘volkslening’ aan de klant aanbieden.

De volkslening wordt uitgegeven in de vorm van kasbons of termijnrekeningen met een looptijd van minstens 5 jaar. De fondsen die worden verzameld door intekening op dit product, worden ingezet voor specifieke projecten met een maatschappelijk doel. Op de intresten die de spaarder ontvangt, is een roerende voorheffing van 15% van toepassing.

De wetgever legt de laatste hand aan de publicatie van de teksten in het Belgisch Staatsblad, waarna de banken op korte termijn dit product in hun productaanbod kunnen opnemen.

Dematerialisering van effecten

Vanaf 1 januari 2014 zullen alle effecten van Belgische emittenten die nog in omloop zijn per definitie gedematerialiseerd worden en mogen door de Belgische banken geen ‘papieren’ effecten meer ter beschikking van de klant worden gesteld. Dit betekent dat er nog slechts twee soorten effecten zullen bestaan: gedematerialiseerde effecten (in de vorm van een inschrijving op een effectenrekening op naam van de eigenaar, zonder mogelijkheid tot materiële overhandiging) en effecten op naam (in de vorm van een inschrijving in het naamregister van de vennootschap), overeenkomstig de wet van 14 december 2005 tot afschaffing van alle effecten aan toonder.

Zie ook www.dmat.be

Betaalverkeer

Cashbetalingen

Het maximale bedrag dat in cash door een particulier aan een handelaar mag worden betaald voor de aankoop van goederen of diensten wordt verlaagd van 5.000 EUR naar 3.000 EUR.

Producten of diensten die 3.000 euro of meer kosten, mogen niet met cashgeld worden betaald. De wetgever voorziet echter in een uitzondering: maximaal 10% van de aankoopsom mag cash worden betaald, maar deze 10% mag de 3.000 euro niet overschrijden [2].

Bij vastgoedtransacties zijn cashbetalingen volledig verboden.

Migratie naar de Europese domiciliëring

Volgens de Europese regelgeving moeten alle overschrijvingen en domiciliëringen tegen 1 februari 2014 voldoen aan de SEPA-normen [3].

De schuldeiser, de bank van de schuldeiser en de bank van de schuldenaar zullen deze overschakeling regelen zonder dat de consument iets moet doen.

Iedereen zal aanspraak kunnen maken op dezelfde bescherming en rechten (bijv. het recht op terugstorting) als vroeger. Het enige wat verandert, is de eventuele opzegging van mandaten. Mandaten van Europese domiciliëringen worden immers beheerd door de leveranciers/schuldeisers en niet meer door de bank. Wie een domiciliëringsmandaat wenst stop te zetten, zal bijgevolg zijn leverancier/schuldeiser daarvan op de hoogte moeten brengen en niet meer zijn bank.

De cliënten kunnen bij hun bank terecht voor meer informatie.

Zie ook www.sepabelgium.be.

Meer informatie

Voor meer informatie kan u terecht bij Dhr. Bob De Leersnyder, woordvoerder van Febelfin (02 507 68 31 – bd@febelfin.be).

 


[1] “Studie naar het belang van het consumentenkrediet en het hypothecair krediet voor de Belgische economie” - http://www.upc-bvk.be/nl/component/edocman/238-kul-nl-pdf/edocman-sef-document-download.

[2] Concreet voorbeeld: Bij een aankoop van een goed of dienst van 20.000 EUR mag tot 10% cash worden betaald, met andere woorden: maximaal 2.000 EUR. Bij een aankoop van een goed of dienst van 40.000 euro, mag tot 3.000 EUR cash worden betaald. In het laatste geval overschrijdt 10% van de aankoopsom namelijk de grens van 3.000 EUR.

[3] De SEPA is de ruimte waarin burgers, ondernemingen en overige economische actoren betalingen in euro kunnen uitvoeren en ontvangen, in Europa, binnen of buiten de landsgrenzen, onder dezelfde voorwaarden en met dezelfde rechten en verplichtingen, waar ze zich ook bevinden.

Meer over: