Strijd tegen witwassen en terrorismefinanciering wordt verdergezet

16/10/2017

Vandaag treedt de vierde Anti-witwasrichtlijn in werking. De nieuwe richtlijn scherpt de strijd tegen witwassen en terrorismefinanciering op Europees niveau verder aan. Zo zal elk land onder meer een centraal register moeten bijhouden waarin staat welke begunstigden er schuilgaan achter een onderneming.

Wat houdt de nieuwe Anti-witwasrichtlijn zoal in?

Risicogebaseerde aanpak

Witwas- en terrorismerisico’s moeten goed worden ingeschat. Financiële instellingen moeten een aangepast klantenonderzoek uitvoeren.

Wanneer bepaalde relaties volgens hen een lager risico inhouden, volstaan minder verregaande onderzoeksmaatregelen. Maar het tegenovergestelde geldt ook: schatten ze het risico hoog in, dan is verscherpt onderzoek verplicht.

Uiteindelijk begunstigde

Financiële instellingen moeten de identiteit achterhalen van de zogenaamde uiteindelijk begunstigde (UBO of Ultimate Beneficial Owner) waarmee ze zakendoen. Dat is de natuurlijke persoon die achter een organisatie of rechtspersoon zit en naar wie dus ook de geldstroom vloeit. Op die manier kunnen personen met kwade bedoelingen zich niet achter complexe structuren verschuilen.

Centraal UBO-register

Alle EU-lidstaten moeten een centraal UBO-register aanleggen waarin ze informatie bijhouden over de uiteindelijk begunstigde personen achter de vennootschappen en andere rechtspersonen die op hun grondgebied zijn opgericht.

Zowel bevoegde autoriteiten als ondernemingen – zoals financiële instellingen – die naar aanleiding van de antiwitwaswetgeving informatie moeten vrijgeven, zullen het register kunnen inkijken.

Banken gaan mee de strijd aan

De financiële instellingen vinden het belangrijk om hun maatschappelijke rol hierin te blijven opnemen. In dat licht melden ze bijvoorbeeld ongebruikelijke transacties bij de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI), beter bekend als de antiwitwascel.

In 2016 kreeg de CFI 27.264 meldingen binnen. 20.229 meldingen of 75% daarvan waren afkomstig van de financiële sector.

De meer dan 27.000 meldingen leidden samen tot 9.360 nieuwe onderzoeksdossiers. 931 nieuwe dossiers werden op hun beurt doorgemeld aan het parket. Samen met de 2.577 aanvullende doormeldingen waren die goed voor 1,29 miljard EUR.

Voor meer informatie over het activiteitenverslag voor 2016 van de CFI kunt u in de “In depth” rubriek op de Febelfin site terecht.

Meer over: