De basisbankdienst voor asielzoekers en vluchtelingen - Veelgestelde vragen

1. Wat is de basisbankdienst?

Het Wetboek Economisch Recht [1] verplicht iedere Belgische kredietinstelling om, onder bepaalde voorwaarden, consumenten een basisbankdienst aan te bieden.

De basisbankdienst laat toe om volgende verrichtingen uit te voeren:

  1. contanten (in België) op een betaalrekening plaatsen;
  2. contanten van een betaalrekening op nemen;
  3. de betaalrekening beheren met alle verrichtingen die daarvoor nodig zijn;
  4. voor zover deze niet leiden tot een debetstand, betalingstransacties (handelingen waarbij geldmiddelen worden gedeponeerd, overgemaakt of opgenomen) uitvoeren waaronder:
    • domiciliëringen;
    • betalingstransacties via een betaalinstrument (een gepersonaliseerd instrument, zoals een betaalkaart (geen kredietkaart), waarvan gebruik kan worden gemaakt om een betalingsopdracht te initiëren);
    • overschrijvingen, met inbegrip van doorlopende betalingsopdrachten.

De aanvraag dient schriftelijk te gebeuren op een aanvraagforumlier dat de bank ter beschikking stelt.

2. In welke gevallen kan de bank de basisbankdienst weigeren?

De bank kan de aanvraag tot basisbankdienst enkel weigeren indien:

  • De consument reeds over basisbankdienst beschikt;
  • De consument reeds een andere zichtrekening heeft, zelfs bij een andere bank;
  • De consument rekeningen heeft voor minstens 6.000 euro (bv. zicht- of spaarrekeningen). Hierbij komt ook het geld dat de consument aanhoudt op rekeningen bij andere banken in aanmerking;
  • De consument reeds kredietovereenkomsten heeft afgesloten voor minstens 6.000 euro;
  • De consument oplichting, misbruik van vertrouwen, frauduleus faillissement, valsheid in geschrifte, of het witwassen van kapitalen gepleegd heeft.

In geval van weigering van deze dienst is de bank wettelijk verplicht deze beslissing op het aanvraagformulier te motiveren en hiervan gratis kopij te bezorgen aan de consument.

Ze dient elke weigering onverwijld naar Ombudsfin te sturen.

3. Wie heeft recht op de basisbankdienst?

Enkel consumenten hebben recht op basisbankdienst.

Dit zijn natuurlijke personen die niet handelen in het kader van een handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit.

Concreet worden ondernemingen zoals vennootschappen, VZW’s en verenigingen uitgesloten van het toepassingsgebied van de basisbankdienst.

4. Is de basisbankdienst toegankelijk voor asielzoekers[2]?

Ja.

5. Is de basisbankdienst toegankelijk voor erkende vluchtelingen[3]?

Ja.

6. Is de basisbankdienst toegankelijk voor subsidiair beschermden[4]?

Ja.

7. Gelden de bestaande identificatieregels bij het aangaan van een klantenrelatie ook voor de basisbankdienst?

Ja. Ook vooraleer een basisbankdienst aan te bieden moeten banken hun cliënten identificeren en deze identiteit verifiëren. Zonder een identificatie en verificatie conform de antiwitwaswetgeving en de gebruikelijke procedures van de bank is het aanbieden van een basisbankdienst niet toegestaan.

8. Welke gegevens moet de bank opvragen?

Banken moeten de volgende identificatiegegevens aan de hand van een bewijsstuk nagaan:

  • de naam en de voornaam;
  • de geboortedatum en geboorteplaats.

9. Moet de bank ook het adres opvragen?

Hiervoor gelden dezelfde regels als voor andere cliënten. In de meeste gevallen zal de bank het adres van de cliënt opvragen.

10. Kan de bank de basisbankdienst weigeren als de aanvrager geen vast adres heeft?

Neen. Asielzoekers, erkende vluchtelingen en subsidiair beschermden moeten steeds een woonplaats kiezen in het kader van hun procedure. Het tijdelijk karakter van deze woonplaats vormt geen rechtvaardiging om de basisbankdienst te weigeren.

11.Aan de hand van welke documenten moet de bank de vereiste identificatiegegevens van een asielzoeker, erkende vluchteling of subsidiair beschermde verifiëren?

  • Vooreerst kunnen de identificatiegegevens van asielzoekers, erkende vluchtelingen of subsidiair beschermden worden geverifieerd aan de hand van een identiteitsbewijs uitgereikt door de Belgische autoriteiten:
    • De identiteit van deze aanvragers kan dus worden geïdentificeerd aan de hand van een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister (bv. een elektronische verblijfskaart A, B,..).
  • Als zij omwille van hun statuut, niet over een dergelijk bewijs beschikken, kunnen zij aan de hand van een ander geldig, door de Belgische openbare overheden uitgereikt document worden geïdentificeerd.
    • Voor een vlotte behandeling van een aanvraag maakt de aanvrager best gebruik van één van de volgende documenten:
      • het attest van immatriculatie dat werd afgeleverd door de gemeente en geldt als voorlopige verblijfsvergunning (bijlage 4, de zogenaamde ‘ oranje kaart’)
      • de registratie van een asielaanvraag bij dienst Vreemdelingenzaken (bijlage 26 of 26 quinquies in geval van meervoudige aanvraag)
      • een bewijs van asielaanvraag bij grenscontrole (bijlage 25 of 25 quinquies in geval van meervoudige aanvraag)
      • een voorlopig verblijfsattest (bijlage 15 in afwachting van een verblijfsdocument)
      • een bijzonder verblijfsdocument (bijlage 35 in geval van beroep bij Raad voor Vreemdelingenbetwistingen)
  • Indien bovenstaande documenten niet beschikbaar zouden zijn kan de aanvrager theoretisch ook gebruik maken van andere documenten opgesomd in de overige bijlagen bij het koninklijk besluit van 8 oktober 1981. De verwerking van een aanvraag tot verlenen van een basisbankdienst kan op basis van deze documenten evenwel meer tijd in beslag nemen. De bijlage bij deze FAQ biedt een overzicht van deze documenten, inclusief een link naar een voorbeeld van ieder type document.
  • Tot slot kan de identiteit van de aanvrager die nog niet over een door een Belgische overheid uitgereikte identiteitskaart of een ander geldig verblijfsdocument beschikt, uitzonderlijk en ten voorlopige titel worden geverifieerd aan de hand van een paspoort dat werd uitgereikt door een buitenlandse overheid. Deze verificatie geldt dan tot op het ogenblik waarop de verificatie opnieuw kan worden uitgevoerd aan de hand van de identiteitskaart van de cliënt of aan de hand van het door de Belgische overheden uitgereikte verblijfsdocument.
  • Het reglementair kader vereist niet dat de hierboven bedoelde overheidsdocumenten die de wettigheid van het verblijf van vreemdelingen in België attesteren (bijvoorbeeld de zgn. oranje kaarten), vergezeld moeten worden van een paspoort of identiteitskaart van de betrokkenen, ook al vermelden die documenten zelf dat zij in het algemeen geen voldoende identiteitsbewijs vormen behalve wanneer zij vergezeld zijn van een paspoort. Elk van bovenstaande documenten kunnen dus op zichzelf als rechtsgeldig identificatiedocument worden beschouwd.

12. Wat als er bij een aanvraag twijfels bestaan over het verlenen van de basisbankdienst en de toepassing van de wettelijke regels?

De banken hebben de nodige procedures opgezet opdat bankmedewerkers in dergelijke gevallen een beroep kunnen doen op de gebruikelijke interne diensten van de bank om verduidelijking te krijgen over het dossier en de correcte afhandeling van de aanvraag voor de basisbankdienst.

13. Wat is de rol van de Ombudsfin in geval van weigering of opzegging?

Een klant kan een klacht in dienen bij Ombudsfin wanneer hij van mening is dat de basisbankdienst ten onrechte werd geweigerd of opgezegd. Ombudsfin kan de beslissing van de bank vernietigen of de basisbankdienstverlening aan een andere bank opleggen.

 

Bijlagen bij het KB van 8 oktober 1981

(https://dofi.ibz.be/sites/dvzoe/NL/Pages/BijlagenbijhetKBvan08101981.aspx)


[1] Dit Q&A-document heeft enkel tot doel een antwoord te bieden op enkele veelgestelde vragen inzake de basisbankdienst en primeert dus geenszins op de wettelijke bepalingen zoals omschreven in boek VII van het Wetboek economisch recht, op de wettelijke en reglementaire bepalingen van de Wet van 11 januari 1993 op de voorkoming van het gebruik van het financieel stelsel voor witwassen en terrorismefinanciering (of gelijkaardige regelgeving naar buitenlands recht), noch op de omzendbrieven en aanbevelingen van de bevoegde toezichthouders in dat verband.

[2] De asielzoeker dient bij zijn aankomst in België een asielaanvraag in bij Dienst Vreemdelingenzaken. Vanaf dat moment start de asielprocedure. Het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen onderzoekt deze asielaanvragen.

[3] Internationale bescherming voor personen die hun land van herkomst hebben verlaten omdat ze er vervolgd werden omwille van hun nationaliteit, ras, politieke of religieuze overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep (Vluchtelingenconventie van Genève).

[4] Internationale bescherming voor personen die bij een eventuele terugkeer naar hun land van herkomst een reëel risico lopen op ernstige schade (doodstraf, foltering, onmenselijke behandeling, ernstige bedreiging van het leven van een burger door willekeurig geweld).