OESO helpt institutionele beleggers hun maatschappelijke impact te (h)erkennen

25/10/2017

Maatschappelijk verantwoord ondernemerschap aanmoedigen is essentieel om een duurzame wereldeconomie te ontwikkelen. Ook de financiële sector kan hier zijn steentje bijdragen. Met de paper “Responsible business conduct for institutional investors” wil de OESO institutionele beleggers alvast overtuigen om hun invloed te gebruiken.

De paper is bedoeld om institutionele beleggers te helpen de richtlijnen van de OESO voor multinationale ondernemingen toe te passen. Deze richtlijnen en hun eigen grondige risicoanalyse moeten de beleggers in staat stellen de negatieve gevolgen voor mens en milieu die schuilgaan in hun beleggingsportefeuilles te voorkomen of aan te pakken.

OESO-richtlijnen

De OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen zijn vrijwillige principes en normen voor maatschappelijk verantwoord ondernemerschap die in de lijn liggen van zowel nationale wetten, als internationaal erkende normen. De richtlijnen bieden handvatten voor ondernemingen om kwesties zoals mensenrechten, arbeid, milieu en corruptie aan te pakken. De verantwoordelijkheid die bedrijven in de samenleving dragen, vormt de rode draad doorheen deze richtlijnen. Bijna 50 landen hebben zich ertoe verbonden om de richtlijnen te vertalen in hun beleid.

Om ondernemingen aan te moedigen de richtlijnen na te leven, ontwikkelde de OESO ook sectorspecifieke aanbevelingen. Eerder al waren sectoren zoals mijnbouw, landbouw en kleding aan de beurt, nu krijgt ook de financiële sector richtsnoeren aangereikt. De OESO wil hiermee een praktische leidraad bieden om institutionele beleggers te helpen hun maatschappelijke risico’s in kaart te brengen en in te dijken. Niet alleen goed voor mens en milieu, maar ook voor de belegger zelf.

Maatschappelijke verantwoordelijkheid van de financiële sector

Beleggers worden steeds vaker door hun klanten en stakeholders aangesproken op het handelen van de ondernemingen waarin ze beleggen. Met de paper wil de OESO beleggers aansporen om hun portefeuilles goed onder de loep te nemen. Zo kan het immers voorkomen dat een bank een onderneming financiert die de mensenrechten schendt of ernstige milieuschade veroorzaakt. De bank is weliswaar niet rechtstreeks verantwoordelijk, maar kan door haar invloed als financier de onderneming aansporen om het probleem op te lossen en eventuele schade te herstellen of te vergoeden.

In het slechtste geval kan de bank ook de geldkraan dichtdraaien. Zo zag het Dakota Pipeline Project, een omstreden oliepijpleiding in de VS, begin 2017 een deel van zijn fondsen opdrogen nadat een aantal banken hun financiering introkken naar aanleiding van de protestacties van de lokale bevolking.

Beleggers kunnen op verschillende manieren hun invloed gebruiken. Ze kunnen de ondernemingen waarin ze beleggen rechtstreeks aanspreken op hun daden of hun stemrechten gebruiken tijdens de algemene vergadering. Onrechtstreeks kunnen ze ervoor kiezen om enkel te beleggen in verantwoordelijke ondernemingen of initiatieven te ondersteunen om bepaalde risico’s aan te pakken. Belangrijk is ook dat de financiële instellingen berichten over de eventuele negatieve impact van hun portefeuille en hoe ze die impact aanpakken.

Sommige banken gebruiken bijvoorbeeld een zogenaamde blacklist: een lijst van ondernemingen waaraan de bank geen financiering wil verstrekken. Vaak vind je hier sterk vervuilende bedrijven en wapenhandelaars terug.

Ten slotte willen de OESO-richtlijnen beleggers ook aanmoedigen om de stakeholders te betrekken bij plannen en beslissingen voor projecten die een lokale gemeenschap sterk kunnen beïnvloeden. Overleg en vertrouwen staan hier centraal.

Zorgvuldigheid

Institutionele beleggers kunnen dus wel worden “gelinkt” aan nadelige gevolgen, ook al zijn ze niet rechtstreeks verantwoordelijk. Omdat voorkomen altijd beter is dan genezen, kunnen de beleggers al maar beter op voorhand een zekere zorgvuldigheid aan de dag leggen.

In de OESO-richtlijnen spreekt men in dat geval van due diligence: een proces om nadelige impact te herkennen, voorkomen, om te buigen en te verantwoorden. Het gaat hier om een bijkomend en continu proces dat zich afspeelt naast het due diligence-proces dat de financiële instellingen al doorlopen vóór ze bepaalde beleggingen doen, namelijk de juridische en financiële risico’s aanduiden en afwegen.

Groeiend bewustzijn

De financiële sector toont zich steeds meer bewust van zijn maatschappelijke impact. Door de OESO-richtlijnen toe te passen, kan hij een positieve bijdrage leveren aan duurzame ontwikkeling en tegelijk de ruimere risico’s in hun portefeuille beter begrijpen en beheren.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt een bezoekje brengen aan de OESO-website over verantwoord ondernemen. De volledige paper leest u hier.

Meer over: