Reflecties vanuit een bruggenbouwersrol

Dit is de ingekorte versie, lees het volledige artikel hier.

“It was the best of times, it was the worst of times.” Meer dan twaalf jaar lang stond Michel Vermaerke als CEO aan het roer van Febelfin. In vaak stormachtige omstandigheden leidde hij de bankenfederatie door de zwaarste financiële crisis sinds de jaren dertig. Vandaag is de wereld in (relatief) rustiger water terechtgekomen en staat Vermaerke voor een nieuwe uitdaging. Maar niet zonder eerst met ons terug te blikken op meer dan een decennium bij “zijn” Febelfin. “Banken hebben intrinsiek een maatschappelijke rol te vervullen.”

Meneer Vermaerke, staat de banksector er beter of slechter voor dan 12 jaar geleden?

Ik vind alvast dat hij beter aansluit bij wat de maatschappij en de economie van hem verwachten. Het beste voorbeeld zijn de cijfers over de financiering van gezinnen en bedrijven. Die zijn spectaculair vooruit gegaan. Zo stond er in juni 215 miljard EUR bankkrediet aan gezinnen uit en 129 miljard aan ondernemingen. In 2006 was dat nog 127 en 85 miljard EUR.

Zijn de uitdagingen nu anders dan toen u aantrad?

Heel anders. In 2005 was het de bedoeling om banken en niet-banken te verenigen in één federatie en met één stem te laten spreken. Op termijn zouden we van daaruit internationale markten veroveren. Door de crisis ligt de focus nu meer op een vitale, duurzame sector die de lokale economie ondersteunt. De internationale expansie wordt nu eerder bekeken door de individuele instellingen zelf.

Hoe situeert u een bank in de maatschappij?

De banken hebben intrinsiek een maatschappelijke rol te spelen. Zij zijn de olie in de economische motor. Zij zorgen voor zuurstof door kortetermijnspaargeld om te zetten in langetermijnkredieten en daar het bijhorende risico voor op te nemen. Zij regelen ook het betaalverkeer, wat evenzeer essentieel is om een maatschappij draaiende te houden.

Gaat het nog verder?

De vraag is of we nog meer taken op ons kunnen nemen. Febelfin is altijd pleitbezorger geweest voor een open dialoog daaromtrent. Na de crisis zijn we echt gaan luisteren naar de mensen en hebben we oren gehad naar hun verzuchting om begrijpelijke boodschappen te brengen. Zo zijn onder meer de sensibiliseringscampagnes rond veilig internetbankieren tot stand kunnen komen waarmee we miljoenen mensen hebben bereikt.

U stond ook mee aan de wieg van Febelfin Academy.

Ik ben best fier over wat we van Febelfin Academy hebben gemaakt. Het leed verlies, het had geen toekomst, het was niet aangepast aan de noden van toen. Tien jaar geleden hebben we het afgescheiden in een eigen vzw met een eigen management en bestuur. Vandaag geeft Academy élke dag opleidingen en bereikt het heel wat mensen, ook meer en meer van buiten de financiële sector. Want laat één ding duidelijk zijn: in de maatschappij - en zeker in de financiële sector - is permanente vorming een absolute must.

Is Febelfin voldoende geëvolueerd en klaar voor de komende uitdagingen?

Een instelling moet zich voortdurend aanpassen aan de tijd. Het is duidelijk dat we nu een belangrijk hoofdstuk afsluiten: dat van de onmiddellijke aanpassingen aan de crisis. Persoonlijk vind ik dat we de lessen uit de crisis niet mogen vergeten en die nog een tijdje deemoedig moeten meedragen. Maar de maatschappij evolueert: er is de opkomst van de deeleconomie en de digitale revolutie. Dat zal alles veranderen. Zoiets vereist een bijgestuurde aanpak maar de organisatie as such is daar klaar voor. Het is aan de leden om een gezamenlijke strategie te bepalen. Ze mogen alvast rekenen op de Febelfin mensen: een mix van jeugdige dynamiek en meer ervaren reflectie.

In België staat de financiële sector dichtbij het publiek. Zal dat zo blijven?

Ik denk het wel. België was altijd een voortrekker als het over elektronische oplossingen en kaartoplossingen ging. Digitale veranderingen grijpen nu snel om zich heen. Ik hoop dat men blijft investeren en dat er sectorale oplossingen komen, zoals dat ook met Isabel en Bancontact gebeurde. Educatie rond digitale mogelijkheden is daarbij evenzeer belangrijk. Febelfin heeft zich geëngageerd om samen met de Gezinsbond en andere partners digitale educatie op maat te brengen van 55-plussers, zoals ik er zelf ook een ben (lacht). We moeten oog blijven hebben voor de mensen die niet mee zijn met de digitale wereld. En ik hoop dat de financiële sector dat zal blijven doen.

Privacy is ook een zorg in de digitale wereld.

En terecht. Als sector moeten we de consument vertrouwen geven door op een voorzichtige en consciëntieuze manier met zijn klantengegevens om te gaan. In tegenstelling tot alle Googles en Facebooks van deze wereld hebben de banken een rijke geschiedenis in het discreet behandelen van klantendata. Er is een studie over het vertrouwen dat mensen hebben in de manier waarop banken omgaan met persoonlijke gegevens versus hoe Facebook dat doet. De banken scoorden ver boven de 80%, Facebook nog geen 10. Dat zegt alles.

Michel Vermaerke in het kort

Privé:

  • Getrouwd
  • Vader van 2 zonen
  • Geboren in het Gentse op 1 februari 1961

Professioneel:

  • Sinds 2005 aan boord bij Febelfin als CEO
  • Voordien executive functies bij Cedel (nu Clearstream) en Belgacom (nu Proximus)
  • Voorzitter van Festival van Vlaanderen Brussel (Klarafestival)
  • Onafhankelijk bestuurder van ZiekenhuisNetwerk Antwerpen
  • Voorzitter van de VBO Task Force Vluchtelingencrisis

Wat met de opkomende fintechbedrijven?

De Belgische financiële sector is altijd al een voorloper geweest op het vlak van financiële technologie. Er is nu het bekende B-Hive verhaal maar er zijn heel wat jonge en minder jonge ondernemers die met mooie oplossingen voor de dag komen. Oplossingen die niet alleen in België kunnen worden uitgerold, maar in heel Europa of zelfs wereldwijd. Het is mooi om te zien hoe technologie en financiën elkaar kunnen vinden. We moeten nieuw ondernemerschap dan ook alle kansen geven. Het is een opportuniteit voor de banken om in het fintechverhaal betrokken te zijn en hun eigen modellen opnieuw uit te vinden. Voor Febelfin trouwens ook.

We kennen heel wat Europese wetgeving. Is er nog nood aan een Belgische bankenfederatie?

Ja, eerst en vooral heb je enorm veel lokale eigenheden. Denk maar aan de huizenmarkt en hoe de risico’s daar worden gefinancierd. Dat verschilt soms dag en nacht van land tot land. Ten tweede zijn er veel consumentenaangelegenheden die met een lokale cultuur en aanvoelen zijn verbonden. Ten derde is er de lokale fiscaliteit. Het merendeel wordt nog altijd door de lokale lidstaten gedicteerd. Ook bijvoorbeeld het sociaal overleg of het betaalverkeer worden nagenoeg niet Europees geregeld. Het is overigens een illusie dat Europese besluiten puur neutraal zouden zijn. Ook Europa moet zoeken naar evenwichten en soms zal een groot land al eens zwaarder wegen dan een klein. Je moet je nationale stem laten horen in het Europese verhaal.

Zou dat meer gebeuren als we in België een sterkere overlegstructuur hadden?

Ik ben onder de indruk van het Luxemburgse model: eenheid en gedeelde visie tussen politiek, overheidsapparaat en sector. Klare en duidelijke prioriteiten. Eenheid van actie. Gezamenlijke promotie op een gezonde basis. Hun slogan is: “It’s not because we are small, we have to think small”. Ik denk dat we in België niet moeten overdrijven met fragmentatie. Ook mogen we ons niet vastrijden in een wirwar van regeltjes die allemaal goedbedoeld zijn maar die je op het einde van de dag doen afvragen: wat is de coherentie van de beleidsvisie?

Heeft de banksector een rol te spelen bij de aanpak van de overheidsschuld?

Febelfin heeft sinds de crisis altijd geprobeerd om een open gesprekspartner te zijn voor de overheid en te helpen bij de uitdagingen waar zij voor staat. In de eerste jaren na de crisis is dat uitgemond in een Vlaams bankenplan en een Waals financieringsplan maar ook in de begeleide sluitingen van Ford Genk en Caterpillar. Zoiets kan zeker worden verdergezet door mee na te denken over het schuldbeheer en de begrotingsperikelen die er altijd zullen zijn.

Hoe evalueert u de bankenwet?

Na de crisis moesten de nodige lessen worden getrokken uit de Belgische dossiers. Die hebben zich vertaald in een strikte bankenwet. Men heeft een lovenswaardige poging gedaan om de risico’s in te perken en tegelijk de nodige openingen te houden zodat de banken hun essentiële rol in de economie konden blijven spelen. Er werd een evenwicht nagestreefd dat nog altijd het verdedigen waard is. 

Wat verwacht u van Brexit?

We zijn nu ongeveer een jaar na de wisdom of the crowds en ik stel vast dat de groei van het bnp in het VK begint stil te vallen. Brexit zal voor iedereen een uitdaging zijn, maar wat voor akkoord er ook zal komen, het zal altijd minder zijn dan de bestaande vrijhandelsakkoorden. Op termijn leidt Brexit misschien tot een nieuwe dynamiek van concurrentie maar het is te hopen dat het een gezonde concurrentie is en niet één die later haar eigen problemen meebrengt. Wat vast staat: Brexit verplicht ons land na te denken hoe zich te positioneren tegenover het VK, maar ook tegenover de rest van Europa. Ik geloof nogal in e pluribus unum, uit velen één. Je staat altijd sterker als je vanuit een grote verscheidenheid eenheid kunt vinden. Als dat principe begint te kraken, moet je oppassen. En de buitenwereld heeft zoiets heel snel door.

U heeft mandaten bekleed in de non-profit en in culturele organisaties. Heeft u daar iets aan gehad bij Febelfin?

Absoluut. Die betrokkenheid heeft mij tijdens en na de crisis geholpen om aan te voelen welke dialoog moest worden opgebouwd met politiek, ngo’s, het middenveld … Mensen die met cultuur bezig zijn, zijn hypergevoelig voor maatschappelijke veranderingen. Die voelen dat 3 à 5 jaar eerder aankomen. Als je hen bestudeert, kan je op voorhand weten waar we naar toe zullen gaan. Het heeft me ook geleerd om outside-in te kijken. Bij Febelfin zijn wij outsiders voor de bankiers en financiële instellingen, want we zitten niet op het terrein. En aan de andere kant zijn we ook outsiders voor de buitenwereld. Dat maakt ons van nature bruggenbouwers. Maar dat vereist ook dat je je kunt inleven in de ander zijn leefwereld. En dat je niet te eenzijdig een visie neemt als leidraad.

Welke specifieke lessen heeft u getrokken uit 12 jaar Febelfin?

We hadden nog meer tijd en aandacht moeten besteden aan het ontmoeten van de buitenwereld. Zeker ten tijde van de bankentaks hebben we enorm veel energie gestoken in interne conflictresolutie waarbij op het laatst iedereen het gevoel had verliezende partij te zijn. We hadden meer moeten luisteren naar onze leden en niet-leden, los van de lopende dossiers.

Heeft u nog een goede raad voor uw opvolger?

Wees jezelf maar heb de wijsheid om empathisch te luisteren. Zoek compromissen en evenwichten. Wees betrokken bij wat leeft in de maatschappij. Respecteer alle functies. Steun je mensen. Zorg dat je een goede tandem vormt met de voorzitter. En vooral: verlies nooit je gevoel voor humor. Een kwinkslag kan soms sneller iets oplossen dan een half uur praten.

Noot: Dit interview werd afgenomen in juni 2017.