Een sectorfederatie is een bruggenbouwer, geen rechter

19/06/2012

'In de plaats van te waarschuwen voor mensen met minder nobele bedoelingen die argeloze klanten 715.000 euro afhandig maken via internet, zou Febelfin beter de eigen leden die zich aan laakbare praktijken bezondigen op de vingers tikken.’ De boodschap stond in de weekendeditie van deze krant, en wees gerust: ze is ook gehoord bij de beroepsfederatie van banken. Anderen mogen oordelen of de boodschap correct is, maar enige duiding over de inhoud van het dossier en de rol die Febelfin erin speelt, is wel op zijn plaats.

De kritiek verwijst naar de manier waarop Cofidis, een lid van Febelfin, via koppelverkoop leningen aan consumenten in de markt zet. Volgens Cofidis op perfect legale manier, maar de FOD Economie interpreteert ze kennelijk als een inbreuk op de wet-marktpraktijken, omdat de incentives van het bedrijf duurder zouden zijn dan de wet toelaat.

De discussie is al jaren aan de gang - ook binnen Febelfin. Maar een beroepsvereniging is noch rechter, noch toezichthouder, noch politieagent. Nu de beslissing over het Cofidisdossier is doorgestuurd naar het gerecht, kan Febelfin geen adequate stappen zetten in dit individuele dossier tot de bevoegde instanties hun oordeel hebben geveld.

Dat snijdt onze handen niet af. Ook zonder disciplinerend op te treden in individuele gevallen, kan een beroepsorganisatie haar leden sensibiliseren en permanent pleiten voor duurzame oplossingen. En net daar zijn we de jongste jaren heel intensief mee bezig.

In 2009 namen we als enige bankenfederatie in Europa het initiatief om luister- en dialoogplatformen rond consumentenzaken op te zetten, onder het onafhankelijke voorzitterschap van Ine Mariën. Dat leverde in 2010 grondstof voor een bijkomende gedragscode over verantwoord kredietverlenen, die door autoriteiten en toezichthouders juridisch ingeroepen kan worden.

De sector zette ook mee haar schouders onder het moratorium op ingewikkelde financiële producten, dat in augustus 2011 door toezichthouder FSMA werd uitgevaardigd. Daarin engageerde de sector zich om een hele rist als complex beschouwde producten niet verder te verdelen onder retailklanten.

De jongste weken heeft de sector ook constructieve gesprekken gevoerd met het kabinet van minister van economie en consumentenzaken Johan Vande Lanotte en minister van financiën Steven Vanackere over manieren om het populaire systeem van spaarboekjes transparanter en gebruiksvriendelijker te maken. Ook werd in de schoot van het consumentenplatform een vernieuwde gedragscode voor het Belgische bankwezen opgesteld. De basisprincipes voor een goede bankrelatie die erin vervat zitten, helpen bouwen aan een financiële sector die oog heeft voor de wensen en de noden van zijn klanten, en die transparantie hoog in het vaandel voert.

Daar ligt namelijk core business van een beroepsfederatie voor financiële instellingen. Een organisatie als Febelfin moet een bruggenbouwer zijn, géén rechter.

 

Michel Vermaerke, gedelegeerd bestuurder van Febelfin

 

Bovenstaand opiniestuk is vandaag, dinsdag 19 juni 2012, in De Tijd verschenen.

Meer over: