Brexit: wat staat de banken te wachten?

23-02-2017

De bankensector is nog maar net hersteld van de financiële crisis uit 2008 of er staat al een nieuwe uitdaging te wachten.

Nu de Britten hebben beslist om de Europese Unie te verlaten, moeten banken hun eigen Brexit-plan uitwerken. PwC ging na hoe die Brexit de bankensector zal beïnvloeden en wat de banken zelf verwachten.

Nieuwe uitdaging

Welke veranderingen zou de bankensector doorvoeren om ook na de Brexit een goede dienstverlening te garanderen aan klanten in het Verenigd Koninkrijk en in de 27 EU-landen? Hoe zal de Brexit de organisatie en de operationele activiteiten van de bankensector beïnvloeden? In opdracht van The Association of Financial Markets (AFME) legde PwC die vragen voor aan vijftien banken (zowel gevestigd in het VK en de EU als daarbuiten). De resultaten uit het rapport moeten beleidsmakers erop wijzen dat een kwaliteitsvolle dienstverlening na de Brexit een uitdaging wordt.

De bankensector en de Europese Unie

De afgelopen jaren heeft de EU heel wat maatregelen getroffen om de toegang tot de interne markt te vergemakkelijken (bv. het Europese paspoortsysteem voor financiële producten). Enerzijds zijn financiële diensten in de EU dankzij die initiatieven goedkoper en toegankelijker geworden. Anderzijds zijn de Europese financiële markten nu afhankelijker van hun grensoverschrijdende activiteiten. En laat dat nu net de activiteiten zijn die door de Brexit op het spel staan. Als er weer strengere markttoegangsregelingen komen, dan zullen banken met veel grensoverschrijdende activiteiten immers moeten reorganiseren om hun bestaande klanten nog dezelfde diensten te kunnen verlenen.

Vroegere overgangsprogramma’s

Banken hebben natuurlijk al eerder voor verandering gestaan. Daarom vroeg PwC aan de deelnemers uit de studie om enkele voorbeelden te tonen van vroegere overgangsprogramma’s.

De aanpak blijkt van bank tot bank te verschillen, maar een constante is wel dat het meestal twee tot zelfs vier jaar in beslag neemt om overgangsprogramma’s in de praktijk te brengen. Dat lijkt lang, maar PwC benadrukt dat dergelijke plannen traditioneel complex zijn: banken moeten hun klanten, stakeholders en regulators financiële stabiliteit kunnen bieden, zonder fouten en onderbrekingen.

In het merendeel van de gevallen halen banken hun deadline, omdat de regulatoren hun voldoende tijd geven. De Brexit daarentegen vormt een heel specifiek gegeven:

  • Twee jaar na de inroeping van artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie moeten de Brexit-onderhandelingen afgerond zijn. Die deadline geldt ook voor de overgangsprogramma’s van banken.
  • ​Aangezien het VK twee jaar de tijd heeft, blijven de aard en voorwaarden van de overeenkomst lang onzeker. Daardoor moeten banken hun antwoord op de Brexit al uitwerken op het moment waarop er nog wordt onderhandeld. Bovendien mogen ze andere ontwikkelingen in de regelgeving niet uit het oog verliezen.
  • De Brexit zal heel wat veranderingen teweegbrengen, want banken, klanten, markt-infrastructuren en toezichthouders zullen hun plannen allemaal tegelijk uitvoeren. Dat belooft ingewikkeld te worden, ook op het vlak van human resources in de EU.

Elementen uit een Brexit-plan

PwC merkte dat banken al langer aan een overgangsprogramma denken. Nu duidelijk is dat het Verenigd Koninkrijk ook echt uit de EU zal stappen, wil de bankensector een concreet programma uitwerken. Alle banken uit de studie zijn van plan om volop gebruik te maken van de twee jaar die zijn uitgetrokken voor de Brexit-onderhandelingen. Ze zijn het er immers over eens: de huidige dienstverlening moet zo optimaal mogelijk blijven en de gevolgen van de Brexit zo beperkt mogelijk.

De ambitie om een overgangsprogramma op te stellen is dus duidelijk aanwezig. Veel banken gaan daarbij uit van het meest ingrijpende scenario, de harde Brexit. Mocht het zover komen, dan kunnen banken uit het VK hun diensten moeilijker aanbieden in de EU en dan wordt de Europese marktinfrastructuur minder toegankelijk voor banken die gevestigd zijn in het VK. Aangezien PwC opmerkte dat banken op dit moment nog geen echt plan of action hebben klaarliggen, reikt het rapport al enkele nuttige elementen aan.

Het is belangrijk dat banken:

  • nadenken over het nieuwe financiële landschap na de Brexit;
  • ​hun juridische structuur herzien;
  • bekijken of ze een nieuw operationeel model nodig hebben en dat laten goedkeuren;
  • technologische aanpassingen doorvoeren om volgens het nieuwe model te kunnen werken;
  • nagaan of hun bestaande vestigingen genoeg capaciteit hebben om de uitgebreidere activiteiten aan te kunnen;
  • hun personeelsbeleid indien nodig aanpassen (bv. als gevolg van andere regels omtrent immigratie en werkvergunningen);
  • hun relatie met leveranciers herbekijken.

Verschillen tussen banken

Aangezien de plannen van de verschillende banken sterk uiteenlopen, vindt PwC het aangewezen om de gevolgen van de Brexit niet voor één standaardbank te bekijken, maar per groep van banken. PwC ziet drie mogelijke categorieën en het beschrijft voor elke groep wat er verandert na een harde Brexit.

  • Banken die hoofdzakelijk vanuit een centrale zetel diensten verlenen aan klanten in de EU: zij zullen een deel van hun activiteiten uit het VK overbrengen naar een of meerdere EU-landen waar ze al een geografische voetafdruk hebben. Aangezien zij de grootste aanpassingen moeten doen, zullen ze eerder vier jaar nodig hebben. Daardoor dreigt de dienstverlening aan EU-burgers in gevaar te komen.
  • ​Banken met een pan-Europese structuur: deze instellingen moeten een beperkte herstructurering doorvoeren (bv. bijkomende plaatselijke vergunningen laten goedkeuren, hun medewerkers een andere werkplek geven om hun lokale klanten te kunnen bedienen). Dat moet lukken in twee jaar tijd.
  • Banken die focussen op de binnenlandse markt: in het algemeen moeten zij gewoon inzetten op lokale activiteiten. Toch gaat het ook voor hen om complexe veranderingen, weliswaar op minder grote schaal. Daarom zullen aanpassingen twee tot drie jaar vragen.

Krappe timing

Aangezien de banken hun overgangsprogramma’s binnen twee jaar klaar moeten hebben maar de precieze voorwaarden voor de Brexit nog wel even op zich laten wachten, moeten die financiële instellingen op voorhand keuzes maken. Sommige proberen volgens PwC dan ook een voorsprong te nemen via maatregelen op korte termijn. (Ze stellen zich bv. al de vraag hoe ze hun huidige middelen na de Brexit anders kunnen inzetten.)

PwC benadrukt dat er risico’s verbonden zijn aan die vroegtijdige keuzes. Oplossingen kunnen namelijk niet worden uitgetest, met onverwachte problemen en kosten tot gevolg. Bovendien dreigen banken hun deadline voor andere interne hervormingen te missen. Maar vooral: de klant is uiteindelijk de dupe wanneer banken hun diensten niet correct kunnen leveren.

Om die redenen pleit PwC voor een overgangsperiode van drie jaar die begint na afloop van de Brexit-onderhandelingen. De bankensector heeft die tijd meer dan nodig om een goede overgang te kunnen verzekeren.

Rol van de overheid

Het is belangrijk dat banken zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen over de uitkomst van de onderhandelingen. Daarin ziet PwC een belangrijke rol voor de overheid.

Beleidsmakers kunnen tijdens gesprekken met de bankensector aangeven welk standpunt de overheid zal innemen. Verder zouden ze de banken tijd moeten kopen. Een eerste stap is alvast akkoord gaan met de gevraagde overgangsperiode van drie jaar.

Aangezien banken met heel verschillende oplossingen lijken te komen, hebben strikte voorschriften over toegelaten werkwijzen na de Brexit geen zin. Het is aan de overheid om zich flexibel op te stellen wanneer banken nieuwe operationele modellen en processen voorleggen.

Meer informatie

Meer informatie over het rapport kunt u hier vinden.

Meer over: