Belgische banken doen het op het eerste gezicht goed... maar krijgen in de nabije toekomst te kampen met een rentabiliteitsprobleem

23-06-2016

KPMG in België stelde gisteren zijn rapport "The cumulative impact of regulation, tax and a low interest rate environment" voor. Het document biedt waardevolle inzichten in de waarschijnlijke impact op kapitaal, liquiditeit en rentabiliteit van Belgische banken.

Na de voorstelling van het rapport volgde een debat met Geert Ameloot (CFO Argenta), Luc Popelier (CFO KBC), Geert Macq (Head of Financial Services KPMG), Tom Dechaene (Directeur Nationale Bank van België) en Rik Vandenberghe (CEO ING & Voorzitter Febelfin).

Debat

Tijdens het debat werd ingegaan op de diverse conclusies van het KPMG rapport.

Rik Vandenberghe, Voorzitter van Febelfin en CEO van ING België, pleitte er voor slimme regelgeving en gaf aan dat een besparing van 10% in de bankensector al snel overeenkomt met hetzelfde aantal afvloeiingen bij Opel Antwerpen en Ford Genk samen.

Op het Twitter account van Febelfin vindt u een greep terug van de meest markante uitspraken van de avond.

Persbericht KPMG

U kunt hieronder het persbericht van KPMG lezen:

Een nieuw onderzoek over het Belgische banklandschap – verricht door KPMG in België – toont aan dat de Belgische banken in de laatste drie jaar erin zijn geslaagd om hun kapitaal- en liquiditeitsratio's te verbeteren.

Banken hebben activiteiten die niet tot hun kernactiviteiten behoren afgestoten en hebben zo de risico's op hun balans afgebouwd. Belgische banken zijn er zelfs in geslaagd om hun rentabiliteit in 2015 op te trekken naar een hoger niveau dan in de eerdere jaren na de crisis, ondanks hogere kosten door de toegenomen regelgeving en belastingdruk.

Maar de Belgische banken zullen corrigerende maatregelen moeten nemen om deze rentabiliteit te behouden en daarbij hun solvabiliteit en liquiditeit op aanvaardbare niveaus te houden.

Nieuwe uitdagingen

De huidige lage rente in combinatie met een bijkomende hervorming van de regelgeving zullen banken voor nieuwe uitdagingen plaatsen.

Ze zullen misschien proberen om hun rentabiliteit te herstellen door hun risicoprofiel te verhogen, de prijs van krediet verder op te trekken, kosten te besparen en/of door meer inkomsten te genereren op basis van vergoedingen. Enkele van die acties zullen de Belgische economie evenwel ook geld kosten.

De belangrijkste conclusies van het rapport

De Belgische banksector doet het goed, maar...

Op het eerste gezicht is het resultaat positief omdat de kapitaalratio's, de liquiditeit en de rentabiliteit aanzienlijk zijn verbeterd. Die verbeteringen werden bereikt via verschillende maatregelen van het management zoals de afbouw van de risico's/vermindering van activa, inhouding van de winst/aantrekken van nieuw kapitaal, vermindering van het personeelsbestand, herstructurering van fysieke distributienetwerken en betere prijsstelling van de kredietcomponent in leningen.

Maar: de huidige ROE-niveaus dekken nauwelijks de kosten van het eigen vermogen (ongeveer 9,2%) en lopen op langere termijn ernstig gevaar. Bovendien werden de resultaten van de Belgische banken in 2015 positief beïnvloed door eenmalige effecten zoals boetes voor hypotheekaflossingen, die de negatieve impact op langere termijn op de netto rente-inkomsten van die voorafbetalingen verdoezelen.

De kosten van nieuwe regelgeving, hoge belastingen en, niet in de laatste plaats, de rentestanden zullen de rentabiliteit van Belgische banken aantasten.

Door een aantal nieuwe regelgevingen*, belastingen en bijdragen zullen de kosten en kapitaalvereisten van Belgische banken toenemen.

De negatieve impact op de bankmarges van de negatieve depositofaciliteit van de ECB - in België niet alleen versterkt door enorme herfinancierings-/aflossingstransacties maar ook door het minimale spaardepositotarief van 0,11% opgelegd door de Belgische overheid - toont bovendien duidelijk aan dat banken de huidige netto rentemarge in de komende jaren niet zullen kunnen aanhouden.

De voornaamste rentabiliteitsratio – het rendement op eigen vermogen – van de Belgische banksector zakt vanaf 2019 onder 6,3%.

Actieplan

De sector heeft dus geen andere keuze dan corrigerende maatregelen te overwegen om de rentabiliteit te herstellen en de solvabiliteit en liquiditeit op aanvaardbare niveaus te houden. Op geaggregeerd niveau zal dit volgens KPMG ongetwijfeld leiden tot een mix van maatregelen van het management waarvan de volgende een plausibele is:

  • een verschuiving van cash en kwaliteitsvolle liquide activa naar meer illiquide risicovollere activa die een extra rendement genereren;
  • een structurele vermindering van de netto-kost door onder meer een personeelsinkrimping;
  • extra niet-renteopbrengsten (op basis van vergoedingen);
  • herziening van de prijs van leningen; en
  • uitgifte van nieuw Tier 2-kapitaal en/of verandering van het dividendbeleid.

Andere scenario's of combinaties van maatregelen zijn uiteraard ook mogelijk. Niettemin toont de analyse van KPMG aan dat het bijna onmogelijk zal zijn om aan de vereisten te voldoen met slechts een beperkt aantal managementmaatregelen.

Over het rapport en het gebruikte financiële model

Dit onderzoek van 2016 is een update van het rapport "The cumulative impact of regulation" van 2013. Nu meer regelgevingen op het punt van volledige implementatie staan, was ons doel om de weerslag van het nieuwe regelgevingskader en de nieuwe belastingomgeving op de Belgische banksector, vandaag en in de toekomst, te identificeren en bij te werken.

Hiervoor heeft KPMG een financieel model ontwikkeld dat de mogelijke gezamenlijke effecten raamt van de belangrijkste nieuwe regelgevingen, de belastingen en bijdragen van banken en de lage rente.

Voor deze kwantitatieve analyse werden belangrijke gegevens (balans, resultatenrekening, belastinginformatie en Bazel III-gegevens) van banken verzameld en vervolgens bijeengevoegd om tot een geconsolideerd overzicht te komen.

Ongeveer 90% van de Belgische banksector in termen van balansgrootte heeft hieraan deelgenomen. Hoewel het model niet erg gedetailleerd is, biedt het toch waardevolle inzichten in de waarschijnlijke impact van de geselecteerde regelgevingen op kapitaal, liquiditeit en rentabiliteit.

Neem voor meer informatie contact op met

Filip Rylant

PR Manager KPMG in België

0475 35 45 64

frylant@kpmg.com

------------------

(*) Welke regelgevingen werden in aanmerking genomen?

  • Liquiditeit (Bazel III (LCR en NSFR) en de ratio bezwaring van activa (CRD IV en Belgische wetgeving));
  • Kapitaal (Bazel III – het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (Single Supervisory Mechanism), het toezichtsproces van toetsing en evaluatie (Supervisory Review and Evaluation Process of SREP) 2.0 – het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme (Single Resolution Mechanism of SRM) en de minimumvereiste voor eigen middelen en in aanmerking komende passiva (Minimum Requirement for own funds and Eligible Liabilities of MREL));
  • Hefboomwerking (Bazel III);
  • RWA (Bazel IV – Herzieningen van de standaardbenadering voor kredietrisico; de fundamentele herziening van de handelsportefeuille (FRTB); het herziene operationele risicokader; de evaluatie van de blootstelling aan het soevereine risico);
  • Boekhouding: de internationale standaard voor jaarrekeningen (IFRS) 9;
  • De richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten (MiFID II);
  • De richtlijnen witwasbestrijding en anti-terrorismefinanciering;
  • BCBS 239;
  • Totale nalevingskosten;
  • Belastingen en bijdragen banken.
Meer over: